Spring naar hoofdinhoud
gesprek

IS ER NOG HOOP IN DE HOOFDSTAD?

Onder het credo “Our House In The Middle of Our Street” nodigde de Beursschouwburg 13 verschillende makers, dromers en bewoners uit om met haar publiek na te denken over onze stad. Tijdens The Big Conversation on Our City op 31 januari staken een honderdtal Brusselaars de hoofden bij elkaar om zich een lievere, grootsere en betere stad in te beelden.

“Aujourd’hui we’re doing it op zijn Brussels,” geograaf en een van de moderatoren van de dag, Mae de Monchy, zet de toon al bij de eerste zin. Dansend door drie talen laat hen er geen gras over groeien: “Dit is dag 601 zonder Brusselse regering. It’s hard to keep our chests together. We zijn misschien subversive, mais aussi riche et divers.”

Het publiek knikt met hen mee. We zijn gretig en hongerig naar iets om de bittere pil te helpen slikken van meer dan 600 dagen formatie, van culturele ruimtes die plotsklaps moeten sluiten, van politie-ontruimingen van kraakpanden waar gezinnen verblijven, van een opvang- en thuislozencrisis die het aantal mensen op straat maar blijft doen stijgen, om het nog niet te hebben over het angstwekkende drugsgeweld in sommige wijken.

De dag is opgedeeld in drie rondes waar telkens negen sprekers ergens in het gebouw plaatsnemen. Elk van deze praatsessies kan een tiental mensen ontvangen om er nadien drie kwartier met elkaar in gesprek te gaan. Er is geen vastgelegd traject, geen te volgen narratief of patroon. Zoals in de straten daarbuiten brengt elke keuze jouw intenties in het vizier.

WILDE VERBEELDING

Tussen de kussens van de quiet space vraagt onderzoekster Tasneem Nagi ons hoe grenzen in onze levens opdagen? Hoe we een thuis maken? Waar en met wie? De tederheid springt ervan af. Zachtjes confronteert ze ons met hoe de buitengrenzen van dit land en continent ook lijnen trekken door de stad. Van Frontex-controles in het Zuidstation tot de verschillende wachtrijen in het gemeentehuis.

Bij Pepijn Kennis vraagt de groep zich af hoe we dan wél tot meer betaalbare huisvesting kunnen komen. Gebouwd wordt er genoeg. De flitsende flyers van projectontwikkelaars in het midden van de cirkel tonen de dromen van het geld. Kennis legt uit hoe projecten als de vastgoedcoöperatieve Fair Ground Brussels ook de noden van gewone Brusselaars leven kunnen inblazen.

Iets verderop wil Bie Vancraeynest van Toestand vzw de verbeelding van haar deelnemers aanspreken. Het zaaltje is verduisterd, essentiële oliën en geurkaarsen duwen een mengeling van eucalyptus, tulsi en patchoeli door onze neusgaten. “Iedereen verdient welness,” spreekt ze haar publiek aan. De centrale vraag van de dag: ‘wat als de Beurs een badhuis zou zijn?’

ONLEESBARE VERLANGENS

Zo gaat het maar door. Appoline Vranken vraagt hoe we de grenzen tussen de publieke en de privé-ruimtes kunnen vervagen, om zo ook de begrenzing tussen traditioneel ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ ruimte te vervagen. Jozef Wouters snapt niet waarom er plots poorten verschijnen waar eerst een open publieke ruimte moest komen: “In de danswereld noemen we dat een half gebaar,” vertelt hij, “it has an unreadable desire”.

Er is teveel om alles te kunnen zien en volgen. Tussendoor trekken dichters Kübra Avci en Zaïneb Hamdi onze taal omhoog. Een Big Conversation heeft grootse verzen nodig. Fragiel idealisme in een harde stad kan niet overleven zonder het tot kunst te verheffen.

Onder het publiek ook talloze studenten en doctorandi. Charlotte is een van hen, ze doet onderzoek naar de verschillende kraakpanden en tijdelijke bezettingen waar mensen zonder een verblijfsvergunning en/of dak boven hun hoofd samen een thuis maken. “Ik breng via tekeningen in kaart hoe zij de gebouwen waar zij wonen veranderen.” Daarvoor werkt ze samen met een van de dertien sprekers van de dag: Saïd El Louizi van Zone Neutre en La Voix des Sans-Papiers. Niet het meest hoopvolle werk, zo lijkt het wel. Tot je zelf de uitleg van Saïd kan meepikken.

WAAR EEN SPRINGKASTEEL ALLEMAAL NIET GOED VOOR IS

In het midden van de cirkel ligt een grote witte poster met een tijdlijn op geprint. Alle verschillende tijdelijke bezettingen en gekraakte panden doorheen de jaren staan er op beschreven en uitgelegd. Pijlen traceren de bewegingen van de Brusselse papierlozen doorheen de stad. Van oud kantoorgebouw naar leegstaand administratief centrum en weer elders heen. Met zijn relaas van bovenmenselijke plantrekkerij aan onze voeten vertelt El Louizi over hoe moeilijk en traumatisch de laatste uithuiszetting was voor zijn collectief. Maar hij schijnt ook een licht over hoe ze ondertussen weer ergens anders opnieuw zijn begonnen.

El Louizi vertelt hoe moeilijk het kan zijn als er petities opgaan om een kraakpand leeg te maken, maar ook hoe goed ze er in slagen om mensen hun gedacht te veranderen. “Elke plaats waar we ons installeren veranderen we buurtbewoners hun mening. Je wil niet weten hoe vaak mensen me al vertelden dat ze eerst tegen ons waren, zelfs de politie belden om ons te laten verwijderen. Om uiteindelijk van gedacht te veranderen het moment dat ze eens op bezoek komen en met ons komen praten,” legt Saïd El Louizi uit, “bij onze vorige bezetting konden we een buurtfeest voor kinderen in het collectief en in de wijk organiseren. Wat een springkasteel allemaal niet kan doen voor de samenleving hé.”

De dag vliegt. Voor we het weten moeten we de straat terug op. Nog een laatste droom of nachtmerrie voor Brussel? Deelnemer Joachim houdt het simpel: “Ik heb slechts een droom voor onze stad. Dat ooit alle werken gedaan zijn en de werven afgewerkt”. Zoals alles in Brussel kan zelfs dat antwoord niet stand houden. Volgens publiekslid Kostas schuilt in de perfectie misschien juist een einde: “Het mooie aan Brussel is juist dat ze altijd in beweging blijft, dat altijd alles er nog kan veranderen. Dat kunnen we niet loslaten.” Iets om over na te denken als die vervloekte geel blauwe hekkens weer in het straatbeeld opdoemen.

REPORTING
by Heleen Debeuckelaere

PHOTOS
by Miles Fischler 

Loading...